Column Math Teeuwen

 

November 2008 -Bespiegelingen

 

Het is begin november, mijn vrouw en ik zitten op een terras op het Iberisch schiereiland. De avond is mooi, met een prachtige sterrenhemel. Door het gat in de ozonlaag zien we ontelbare sterren, en ik voel me opeens enorm klein. Zou er in dat oneindige heelal ergens nog een planeet rond draaien waar de bewoners elkaar bevechten, terwijl zich een president afvraagt wat voor hond hij zal aanschaffen?
Opeens worden we benaderd door een donkere man van hetzelfde continent als waar die president zijn roots heeft liggen. Alleen is déze man met gevaar voor eigen leven de Middelandse zee overgestoken, om mijn vrouw een zonnebril te verkopen. Op hetzelfde moment zie ik een felle lichtflits aan de hemel. Het is een vallende ster, dus ik kan een wens doen, maar ik realiseer me tegelijk dat we eigenlijk alles al hebben.
Als er nou in navolging van Al Gore nu maar geen gefrusterde presidentskandidaat opstaat die een film wil maken over een meteoriet die naar de aarde suist, en voorspelt deze de aarde in 2412 zal bereiken. We hebben dan in ieder geval nog 400 jaar te gaan om dit probleem aan te pakken. Hoewel: door een meteroriet zijn lang geleden ook de dinosaurissen wegegevaagd, dat zou ons natuurlijk ook ooit eens kunnen overkomen.
We gaan naar onze hotelkamer; rond middernacht word ik wakker van de regen die tegen het raam klettert. Dat is even zuur : je komt hier immers voor de zon, en niet  oor de regen. ‘Zure regen’, nu begrijp ik waar die aanduiding vandaan komt.
Gelukkig schijnt ’s morgens de zon weer. Op de bergen in de verte zie ik een verse laag sneeuw liggen. Het gaat wel hard met de klimaatverandering, of toch niet.  

Mat Teeuwen